|
|
|
|
 |
 |
|
|
|
|
Er zit rijkdom in de armoede en armoede in de rijkdom.
Links en rechts zijn ideeën in ons hoofd. In de werkelijkheid zijn links en rechts op vele manieren met elkaar verbonden: voor een betere wereld moeten we dus samenwerken.
Fondsenwerving op internet is heel goedkoop. Er blijft dus weinig aan de spreekwoordelijke strijkstok hangen. Stichting Inzet voor Goede Doelen werkt nog eens kostengunstiger omdat alles vrijwillig wordt gedaan.
Stichting Inzet voor Goede Doelen zet zich in voor goede doelen in het algemeen. In de Derde Wereld is de nood echter het hoogst, dus daar gaat nu de meeste aandacht heen. Langzaam aan ontwikkelen zij zich echter ook. Een steuntje in de rug blijft echter altijd nodig, zoals ook in ons eigen land het geval is.
Stichting Inzet voor Goede Doelen werkt voor kleine, voornamelijk particuliere initiatieven of kleine stichtingen. Dit is een vorm van hulp die blijkt te werken. Er wordt hierbij ook gelet of men met organisaties in het Zuiden werkt en niet alleen met individuele personen. En er moet gezorgd worden voor continuïteit.
Om de stichting te bereiken, mail naar:
wereldkaart@home.nl
Eerst enkele feiten over de verschillen tussen rijk en arm in de wereld:
Luxeartikelen versus basisbehoeften:
Jaarlijkse uitgaven wereldwijd (in miljarden dollars):
Make-up 18
Huisdiervoer (Europa en VS) 17
Parfums 15
Oceaancruises 14
IJsjes in Europa 11
Benodigde jaarlijkse extra uitgaven wereldwijd om onderstaande doelen te bereiken (inj miljarden dollars):
Medische zorg voor vrouwen rond zwangerschap 12
Bestrijding honger en ondervoeding 19
Bestrijding anafabetisme 5
Schoon drinkwater 10
Inenting van ieder kind 1,3
In 2001 werd wereldwijd voor 446 miljard dollar aan reclame besteed.
Aandeel in wereldbevolking en consumentenuitgaven in 2000:
Aandeel in wereldbevolking in 2000 (in procenten):
VS, Canada en West-Europa 11,6
Sub-Sahara Afrika: 10,9
Aandeel in consumentenuitgaven in 2000 (procenten):
VS, Canada en West-Europa 60,2
Sub-Sahara Afrika 1,2
Verhouding in de landbouw van externe energie en voedselenergie in Europa 40: 1 en in Amerika 90: 1.
De duurzame 4: 1 wordt nog maar weinig gehaald.
Wereldverhoudingen
Het besef dat we in één wereld leven is met de globalisering sterk toegenomen, al betreft het een eenzijdige eenwording waarbij de tweedeling in een rijke en arme wereld een onveranderd feit is. Na een lange geschiedenis van ontwikkeling in het Noorden ten koste van het Zuiden, lijkt er een top te zijn bereikt met een verrijking buiten alle proporties tijdens de internet hausse in de jaren '90 van de vorige eeuw. Langzaam dringt echter het besef door dat het zo niet verder kan. Verval van normen en waarden (ook in de zakenwereld) met conflicten voortkomend uit ongelijkheid in de wereld, doet mensen meer neigen tot het luisteren naar die 'stem uit het Zuiden'. Ook de klimaatverstoringen vergroten het besef op één wereld te leven. Zij wijst op de noodzaak van verantwoorde ontwikkeling, in het Noorden als in het Zuiden.
Verder wordt dit gevoel op één wereld te leven natuurlijk versterkt door grote groepen mensen in Nederland die hun wortels elders hebben.
In de meeste Derde Wereld landen zijn er genoeg grondstoffen aanwezig om zelfstandig te kunnen functioneren.
Hoe komt het nu dat dat vaak niet het geval is? Een antwoord op die vraag is complex. Vaak waren de culturen in wat nu Derde Wereld landen zijn, primitieve culturen, waarbij het woord 'primitief', 'oorspronkelijk' betekent en geen bijklank behoort te hebben. Daar ligt meteen al een grote voetangel: de Europese en later westerse mens denkt erg vanuit zijn eigen wereld; hij is Europa-centrisch. Hierdoor ontstaat er een superioriteitsgevoel gebaseerd op de waarden hier die zijn opgebouwd uit ideeën uit het Calvinisme (voor Nederland) en handelsgeest (kapitalisme). Andere culturen kenden en kennen aan andere zaken waarde toe. Zo zijn bijvoorbeeld familiestructuren in Afrika veel hechter. Hechte familieverbanden betekent evenwel ook weer veel verplichtingen. Zo heeft alles zijn voor- en nadeel. Dat maakt het complex: het is moeilijk, zo niet onmogelijk een oordeel te vellen. Wat wel belangrijk en overduidelijk is, is de disbalans in materiële goederen in de wereld. Deze disbalans vindt zijn oorsprong in de koloniale periode. Goederen en mensen (slaven) werden rücksichtlos weggehaald en Europa bouwde haar rijkdom op over de ruggen van anderen. Hetzelfde is nog steeds het geval. Derde Wereld landen hebben vaak te maken met lage prijzen voor hun grondstoffen en produkten, lopen tegen tariefmuren op waarmee westerse landen hun markten beschermen en moeten vaak tegen zeer hoge prijzen de produkten kopen die met hun grondstoffen zijn gemaakt.
Een ander bijkomend probleem is het schuldenvraagstuk. In de jaren '80 was er veel geld bij de banken in het Westen dankzij grote verdiensten op de oliemarkt (de zogenaamde oliedollars). Derde Wereld landen werden leningen aangeboden en deze gingen daar (te) gretig op in. Het was onverantwoord zoveel geld aan die landen te lenen. Eveneens is het geld te gemakkelijk aangenomen en door malafide regeerders menigmaal op buitenlandse (Zwitserse) bankrekeningen gezet, (waardoor het weer 'hier' is natuurlijk). Veel geld verdween ook in bodemloze putten. Dit omdat geld alleen niet genoeg is. Er moet een hele infrastructuur, zeg maar, 'cultuur', zijn om het geld goed te besteden. Het geld kon vaak niet worden terugbetaald, maar de banken hielden voet bij stuk. Zelfs de rente kon men niet terugbetalen, zodat men op een bepaald moment rente over rente moest betalen: de Derde Wereld landen zitten klem in de schulden en men is niet of weinig bereid de schulden kwijt te schelden hoewel er enige verandering in lijkt te komen door op initiatief van premier Blair destijds de 18 armste landen hun schulden kwijt te schelden en verdergaander te spreken over het armoedeprobleem in de Derde Wereld.
Millennium doelen
Het termijn van de Millennium doelen is half verlopen. Er zijn vorderingen gemaakt, maar nog lang niet genoeg en waarschijnlijk zullen de doelen niet gehaald worden. Samen met het milieu is het oplossen van het armoedevraagstuk het grootste actuele probleem. Er moet dus wat gedaan worden! Het armoedeprobleem veroorzaakt tegenstellingen en conflicten in de wereld. Niet verschil van religie is er de oorzaak van die conflicten, maar de ongelijkheid. Het ongelijkheidsprobleem wordt in religieuze termen uitgevochten.
Wereldwonderen
China en India ontwikkelen zich wonderbaarlijk snel en zo kunnen ook andere gebieden zich gaan ontwikkelen. Het geeft echter een vertekend beeld: de kloof tussen arm en rijk is alleen maar groter geworden. Daarbij moeten we ons ook realiseren dat een steuntje in de rug altijd nodig zal blijven, zoals dat in Nederland ook het geval is.
Microkredieten
Een goed soort hulp is die, die economische groei veroorzaakt. Microkredieten verstrekken is daar een goed voorbeeld van. Het werkt bevorderlijk voor zes van de acht milleniumdoelen: 1) Het gaat armoede en honger tegen 2) Meer jongens en meisjes gaan naar school 3) Er ontstaat een grotere gelijkheid tussen mannen en vrouwen 4) De kindersterfte neemt af 5) De gezondheid van moeders verbetert 6) Hiv/aids, malaria en andere dodelijke ziekten worden bestreden.
Met uw bijdrage worden ook microkredieten verstrekt door Stichting Inzet voor Goede Doelen.
Nog enkele opmerkingen over ontwikkeling in het algemeen:
Het ontwikkelingsproces is te ingewikkeld om met het verstand te begrijpen. Er zijn te veel factoren die op elkaar ingrijpen. Een (individueel en mondiaal) groei van bewustzijn is nodig om ecologisch en economisch verantwoordelijker gedrag te verkrijgen. Er moet een grotere balans tussen binnen de mens en buiten de mens ontstaan. Er zou meer tijd besteed moeten worden aan dit soort dingen dan aan de 'rat-race'. Dit geldt ook voor de ontwikkelingswereld waar te veel 'hap-snap' wordt gedaan. In Afrika nemen ze de tijd. Daar kunnen wij een voorbeeld aan nemen: wij wat langzamer, zij wat sneller.
De Indiase regio Kerala laat zien dat levenskwaliteit niet per sé door economische groei hoeft te ontstaan ( een dwanggedachte van het westen). Deze is hier ontstaan door o.a. een matriachale cultuur. Het geboortecijfer is laag. Onderwijs is er goed, er is een goed dieet, er zijn ouderdomspensioenen, schoon drinkwater en adequate sanitatie. De levensverwachting is 72 jaar. Dit alles zonder hoog (economisch) ontwikkelingsniveau.
Het is belangrijk natuurlijke hulpbronnen en bestaansmiddelen binnen als tussen landen te verdelen. Dit kan de wereldbevolking stabiliseren.
We moeten niet alleen economisch denken. Bruto Nationaal Geluk is belangrijker dan Bruto Nationaal Produkt.
Gedachtegoed voor een alternatief economisch systeem
Met de kredietcrisis blijkt opnieuw dat het kapitalistisch systeem faalt en dat we toe zijn aan vernieuwing. In dit stuk wordt een nieuw economisch en politiek systeem besproken met elementen uit het kapitalistische en het socialistische systeem.
Ongelijkheid is een oud en wereldwijd verbreid probleem. Er is veel over nagedacht door bekende filosofen en economen als Marx, Rousseau en vele anderen. Een oplossing hiervoor is er echter nooit echt gevonden. Schrijver van dit stuk meent een eenvoudige (alle goede dingen zijn eenvoudig) oplossing voor dit probleem te hebben gevonden.
Er lijkt momenteel een 'intellectueel vacuüm' te zijn ontstaan mbt. allesomvattende ideologieën, cq. economische alternatieven. Misschien is dat ook wel goed: er is geen 'pasklaar recept'. Het intellect schiet te kort om de complexiteit van de werkelijkheid te bevatten.
Toch is het goed er over na te denken.
Actie Strohalm ontwikkelde reeds gedachtegoed voor een 'economie van genoeg'. Een van de oplossingen zou het invoeren van belast geld zijn. Geld zou meer de functie vervullen waarvoor het bedoeld is, namelijk dat van ruilmiddel.
Hiervoor zei ik dat ongelijkheid een probleem is. Dat is het, en dat blijkt nu heel duidelijk, doordat ongelijkheid conflicten oproept. Deze conflicten zijn deels terug te brengen op economische factoren. Deels ook op interculturele misverstanden. Door dit laatste kun je niet alles met louter economische maatregelen oplossen. We moeten het basismisverstand tussen Noord en Zuid op het spoor komen. Dit ligt, naar mijns inziens, in het verschillend vertalen van de werkelijkheid. In het Noorden vertaalt men de werkelijkheid gewoonlijk naar het materiele, men 'kwantificeert', in het Zuiden is men meer geneigd de werkelijkheid naar het geestelijke, sociale te vertalen; men 'kwalificeert'.
Begrijpt men dit gebeuren niet en leert men niet in Noord-Zuid contacten, van alle aard, hier rekening mee te houden, dan blijft men waarschijnlijk in de vergissing: verkeerde beeldvorming, zich vertalend in wederzijdse negatieve projectie en dus ook hoogstwaarschijnlijk conflict.
Beseft men dit ten eerste, dan is het mogelijk over een alternatief economisch systeem na te denken. Hier nu verder over.
Voor een economisch systeem van gelijkheid en een 'economie van genoeg', zou iedereen naar vermogen moeten betalen. Het idee is een inkomensafhankelijke prijs in te stellen. Bij elke willekeurige transactie zou de koper zijn/haar saldo bekend moeten maken. Aan de hand van dit saldo wordt vervolgens de prijs van het product berekend, dat dan dus berekend wordt naar vermogen. Met de huidige elektronische mogelijkheden zou dit moeten gaan. Bij het ene inkomen is de prijs van het product zus, bij een ander inkomen zo. Iedereen betaalt dus een inkomens gerelateerde prijs. De impuls om veel te verdienen zal deels wegvallen, men zal werken voor 'genoeg': de inkomens zullen nivelleren. Alles is nu voor iedereen even duur. Met dezelfde inkomenswerkelijkheid, koopt nu iedereen hetzelfde. Luxegoederen zijn slechts beperkt mogelijk. Ook belasting zal men naar inkomen betalen. Verder blijven de (getalsmatige) inkomens hetzelfde. Enig verschil zal er echter blijven: iemand met een hoger inkomen zal relatief wat minder betalen, zodat hij/zij een voordeel behoudt hetgeen hij/zij verdient door zwaarder, verantwoordelijker of gevaarlijker werk. Van het bedrag dat mensen betalen met een hoog inkomen (de prijs voor een product dus) wordt relatief ook meer belasting ingehouden (van de relatief hogere prijs dus). Winkels ontvangen echter nog steeds veel van sommige, rijke klanten. Een groot deel hiervan moeten zij afstaan aan de overheid om, te samen met de belastingen, te voorzien in de uitgaven van de overheid, zoals uitgaven voor het sociaal stelsel.
Systeem geldt alleen voor basisbehoeften (eten, wonen, kleden)? Nee, indien iedereen moet werken, kan systeem toegepast worden op alles: elk werk wordt gelijk gewaardeerd. Het beurssysteem wordt hierbij omgebouwd tot een politiek instituut: men kan 'aandelen' 'kopen', maar dat is geen geld, maar zijn stemmen in de politiek. Het effect is dat mensen met meer initiatief, meer politieke invloed hebben en dus invloed op de inrichting van de wereld. Men krijgt dan wat we een 'verlichte democratie' kunnen noemen. Er is veel potentieel aan vaardigheden en intellect onder de mensen die nu niet gebruikt wordt. Deze mensen zullen gestimuleerd worden. Ook zal het weer de politiek zijn die de wereld regeert en niet de bedrijven (multinationals).
(De prijs van een product zal, rekening houdend met dit systeem, ook moeten worden bepaald door de gehele prijsopbouw. Er kan belasting zitten op de onderdelen, onderdelen of grondstoffen kunnen uit het buitenland komen, of gehele producten komen uit het buitenland en er is importheffing voor betaald. Een importeur, groothandelaar verdient er ook nog aan. Het gaat echter om de uiteindelijke prijs.) Sommige zakenlui, winkeliers, groothandelaren, zullen heel rijk worden (als zij producten vaak aan vermogende klanten verkopen), maar ten eerste zullen uit de extra inkomsten de kosten van een sociaal stelsel betaald worden en zullen zij, ook weer inkomensevenredig betalen voor alles wat zij nodig hebben, dus ook bv. voor bedrijfsmateriaal (relatief veel tov. dezelfde winkelier of groothandelaar in een Derde Wereld land). Transportstructuren en schema's (overgebleven capaciteit) zullen ingezet moeten worden voor de arme(re) landen. Er zal hier ook wat meer in sociale verbanden gedacht moeten gaan worden: ik help mijn 'broeder' in het zuiden, als kameraden onder elkaar. Dat is het 'geestelijke' deel, het sociale van het zuiden: jíj voelt je lekker, zij hebben wat te makken. Zo blijft alles in evenwicht. Er ontstaat zo een 'economie van genoeg', nationaal als internationaal. Eén land hoeft maar te beginnen, anderen kunnen volgen.
Ditzelfde kan men internationaal toepassen: arme landen betalen relatief minder dan rijke landen: dit zal een sterk nivellerende werking hebben op internationaal niveau. Heel het verhaal gaat op voor heel de wereld.
De verdeling in twee werelden, die van de geest en die van de materie zal ook worden opgelost: in het Noorden, zal door het genoeg meer 'geest' ontstaan, in het Zuiden meer materie.
De voedingsbodem voor conflicten is dan weggevallen.
Sociale en psychische voordelen bij een 'ontspannere' economie. Minder druk, minder stress, minder psychische problemen in een maatschappij die minder op materie is gericht.
Als groot bedrijf met hoge winsten goederen voor zijn eigen producten inkoopt betaalt hij ook meer. Hij krijgt echter evenveel voor zijn producten. Hoeveel hij binnen krijgt is afhankelijk van hoeveel mensen met veel geld zijn product kopen want die betalen relatief veel. Is dat niet zo dan verarmt hij, maar betaalt dan ook weer relatief minder voor zijn grondstoffen etc. Derde Wereld land heeft gelijke kansen doordat ze daar minder betalen.
Men betaalt naar inkomen, er wordt niet gekeken naar de prijsopbouw (subsidies, importheffingen e.d. die in prijs zijn verwerkt). Dit om eerlijkheid te vergroten.
Hoeveelheid goud bepaalt geldhoeveelheid: totale geldhoeveelheid moet hetzelfde blijven.
Hoe houd je hoge inkomens?: Steeds als iemand veel ontvangt van rijk iemand, heeft hij weer veel geld om uit te geven: de inkomensverdeling (verschillen) blijft, maar fluctueert, 'golft' door de samenleving. Zodoende zijn er ook steeds mensen die veel geld hebben en dus aandelen kunnen kopen. Het is dus aantrekkelijk 'aandelen' te kopen, zodra je geld hebt, dwz stemmen in de politiek.
Hoe krijg je hoog inkomen (waarmee je dus aandelen kunt kopen en invloed kunt uitoefenen in de politiek): door initiatief.
Er zal door voortdurend initiatief, werkgelegenheid ontstaan. Er is veel dynamiek. Mensen die arbeidsongeschikt raken krijgen uitkering uit sociaal stelsel. Werkloos zijn is onmogelijk. Men moet werken voor zijn geld. Vrijwilligerswerk is dan eigenlijk een baan (met de uitkering kan men namelijk net zoveel kopen als met een hoog inkomen, men moet er dus iets voor terug doen). Er wordt verwacht dat men het werk doet dat men leuk vindt, waar men voor geschikt is. Hiervoor zal men ook de opleiding kiezen. Arbeidsongeschiktheid is echter een uitzondering, en zal waarschijnlijk minder voorkomen omdat er minder stress is; minder werk, maar ook minder materie (en dus minder vervuiling).
Alle producten hebben gelijke concurrentiekracht. Biologische producten zijn net zo duur als niet-biologische bv. Er kan verschuiving naar biologische landbouw etc., in het algemeen, natuurvriendelijke producten ontstaan. Massaproductie stopt. Er moet echter genoeg zijn. Is er in de hele wereld genoeg landbouwgrond en arbeid voor extensieve landbouw? (waarschijnlijk wel als niet zoveel landbouwproduktie nodig is voor voedsel voor vee; als dus meer mensen vegetariër worden). Vervoer is probleem. Iedereen betaalt naar vermogen voor vervoer. Energie is weer een probleem. Iedereen betaalt voor energie naar vermogen. Heel het systeem gaat er dus van uit dat (extreem) rijke mensen er niet meer zullen zijn.
Banken zijn onnuttig geworden. Rente is nutteloos. Er hoeft maar één munt te zijn. Er ontstaat één grote, ééngeworden wereldeconomie.
Daar de verschillen tussen links en rechts miniem zijn geworden is het beter van 'lifestyle' te spreken. Een goede lifestyle is de ecologische, 'groene'. Het doel is weer in harmonie te komen met de natuur en de aarde. Binnen deze lifestyle is er veel leven: allerlei opvattingen en ideeën. Welke ideeën worden uitgevoerd is afhankelijk van de stemmen van hen die deze 'kopen'.
(Bank nieuwe vorm: Banken investeren in 'lifestyle groepen'. 'Lifestyle groepen' zijn groepen die voor een bepaalde levensstijl staan. Deze kunnen traditionele groepen als de vroegere zuilen (waarvan nu ook de islamitische er één van is) doorkruisen omdat men op basis van andere zaken zich tot een bepaalde 'lifestyle' voelt aangetrokken). Er ontstaat veel variatie, dynamiek. Men geeft zijn geld ter investering aan bepaalde groep. Startende bedrijven, 'lifestyle bedrijven'. Beursgenoteerde bedrijven kunnen ook kapitaal van lifestyle groepen krijgen. Politieke partijen binnen 'lifestyle' groepen. Via investeren in lifestyle, heeft men politieke invloed. Door eigen werk (met wisselend meer en minder geld) heeft men politieke invloed. Kiesstelsel is overbodig geworden. Men 'koopt' politieke invloed, die voor ieder gelijk is omdat men allemaal, dan eens meer, dan eens minder geld krijgt, waarbij initiatief wel belangrijk is.)
De inkomenssituatie blijft dezelfde. De nivellering vindt plaats bij de koop van producten.
De overheid behoudt dezelfde taken. Er moet alleen een grondwetswijziging komen ivm. een ander politiek systeem.
Niet alleen welvaart is belangrijk, zelfrealisatie is belangrijker, in de zin van iets opzetten en goede invloed op de maatschappij.
Groene initiatieven worden bevorderd doordat men hiermee ook stemmen in de politiek kan winnen. Zo wordt de wereld eerder 'groen'.
Vooralsnog moet dit systeem lokaal worden toegepast dwz. dat er verschillende gebieden komen met een eigen karakter. Afrika te samen met Latijns Amerika en (delen van) Azië zouden één gebied kunnen vormen. De westerse wereld een ander. Dit omdat er momenteel een te groot verschil is tussen de werelddelen. Een te snelle volledige koppeling tussen die werelden kan een schok teweeg brengen die niet gewenst is. Als een derde wereld land ineens zeer goedkoop in het westen kan inkopen, ontstaan er onvoorziene situaties. Daarom is het beter dat er eerst via regionale modellen wordt gewerkt. Lokaal moet er dan ontwikkeld worden, naar lokale behoeften. Deze ontwikkeling kan ondersteund worden door het westen. Het idee is dat de arme gebieden hun eigen markt krijgen en behouden. Het westen heeft genoeg aan de eigen markt. Hierbij hoeft geen situatie te ontstaan als hier want het is duidelijk dat die niet gewenste resultaten oplevert (grote steden met slumproblematiek). Er kan dan langzaam toegewerkt worden naar een situatie waarbij er wel een geheel open systeem is en de 'geestelijke kwaliteiten' van het Zuiden verder hierheen komen en de 'materiële kwaliteiten' van hier naar daar.
Het moet ook langzaam gaan omdat er een transitie moet plaatsvinden van 'productie voor groei' naar kwalitatieve productie wat wil zeggen produceren in samenwerking en in evenwicht met de natuur en de aarde. Als dit gebeurt kunnen de grenzen in de wereld open, omdat overal de ontwikkelingen verantwoord gebeuren en de negatieve effecten van een (te) materieel ingestelde economie verdwijnen.
Techniek en wetenschap zullen ingezet moeten worden om het evenwicht met de aarde te herstellen. Spiritualiteit nieuwe vorm is hierbij zeer belangrijk.
Enig verschil in welvaart zal er echter altijd zijn. Dat is ook niet zo erg, want het hoort bij de dynamiek van het leven (yin en yang). Iedereen zal zich echter wel in de basisbehoeften moeten kunnen voorzien.
Hans v.d. Sande
|
|
|
|
 |
|
|
|
|
|
|